dinsdag 8 mei 2007
Een boomgaard aIs vrijplaats.
In die oude boomgaard, onder een verweerde appelboom, heb ik heel wat uren gezeten. Deze boomgaard werd niet meer onderhouden. Hij moest plaats maken voor Houten Vinex. Mensen liepen er wel eens door. Kijkend naar hoe de natuur de boomgaard overwoekerde. Ze lieten er hun honden uit en dan gingen ze weer.Maar de kinderen gingen niet. Zij bleven. Kinderen hebben het vermogen om van zo'n oude, verwaarloosde boomgaard een totaal nieuwe wereld te maken. En dat hebben ze dan ook gedaan. In een van de grootste en oudste hoogstammen hebben ze een boomhut gebouwd. Een bijzondere hut, geweldig gebouwd. Met touw, planken, zeil, vloerkleden, palen en verkeersborden hebben ze hem in elkaar gezet. En daar omheen een veld van blikjes. Colablikjes, sinasblikjes, cassisblikjes, bierblikjes. En natuurlijk chipszakjes, en lucifersdoosjes.Ik weet nog dat ik in die periode, zo vlak voor de jaarwisseling onder mijn appelboom zat en nadacht over een afstudeerproductie. Ik ben namelijk dramadocent op de Christelijke Hogeschool in Ede. Ik begeleidde op dat moment een aantal studenten die een theaterstuk voor tieners en jongeren wilden maken.Vaak ben ik wel met meer dan drie stukken bezig in mijn hoofd. Een van de stukken die door mijn hoofd gingen was het stuk De Lamme, Blinde Bedelaar dat ik straks ga spelen op verschillende plaatsen in het land. En op het zelfde moment was ik bezig met een CD over Jezus voor de kinderen, als Simon en Zo. En zo schoot ik van de ene voorstelling in de andere, daar onder die boom. Plotseling keek ik op. In een impuls keek ik de boom in. En in de vorm van de stam en de takken zag ik een stervende mens. AIs een crucifix. AIs een beeld van de stervende boomgaard. Toen kreeg ik de obsessie om alles mee te nemen. Om er nog iets allerlaatst mee te gaan doen. Al die spullen. Het metershoge gras. En vooral de spullen die de kinderen daar hadden achtergelaten. Voordat de winter en de bulldozers zoudenkomen, wilde ik een daad stellen. Er zou letterlijk niets van overblijven. Ik besloot de appelboom mee te nemen, zoveel mogelijk van de boomhut en van alles wat er verder in de boomgaard groeide. Op een mistige zaterdagmorgen stond ik in de natte boomgaard te wachten op twee mannen van een kwekerij die mij vrijwillig gingen helpen bij het zagen van de boom. Met helm en zaagmachine legden ze de oude appelboom snel neer. We hebben de boom versleept naar een oude wafelfabriek. Toen de boom op z'n plek stond, ben ik gaan zagen. Alleen maar zagen. En steeds meer kreeg het beeld vorm. Tijdens het zagen zag ik dat de boom rood begon te verkleuren. AIsof het beeld bloedde. Toen het zijn eerste vorm kreeg en het beeld met blikjes was gekroond, ging ik verder met de boomgaard. Walvis in de boomgaard, vuur in de boomgaard, werker in de boomgaard, spin in de boomgaard, het hield maar niet op.Tijdens de expositie kwamen veel mensen kijken. Ik kreeg veel reacties. Maar het leukste vond ik toch de kinderen uit de boomgaard. Zij kwamen kijken met hun ouders naar wat er was gebeurd.Al werkende aan dit project, besef ik nu, ben ik weer op een heel nieuwe manier bezig geweest. Kinderen hebben plekken nodig om vrij te kunnen spelen. En ze hebben niet zo veel nodig. Voor mij is de boomgaard ook een boomhut geweest; een speelplek, waar ik mijn voorstellingen heb gespeeld.Ik dank God voor zulke vrijplaatsen
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten