auteur Hendrik van Leeuwen
Het is een oeroud fenomeen. Herkenbare figuren in de wolken zien. Je ligt op je rug in het gras, zomaar wat te niksen want de geest moet leeg zijn, en plotseling doemt er in de optocht van stapelwolken een kleine circusparade op. Je kunt het niet sturen. Een kameel kan gevolgd worden door een gezicht of iets dat op een zeilschip lijkt, maar het toch net niet is. Waarom kent iedereen dat fenomeen?
Hoewel het slechts een luchtig tijdverdrijf is, een spel van het brein dat gelijkenissen zoekt in de kaartenbak met opgeslagen beelden, ligt er een diepere betekenis aan ten grondslag, namelijk de neiging om de natuur als bezield te ervaren. Bij primitieve stammen komt dat nog ongefilterd aan de oppervlakte. Zij vertalen hun ontzag voor onweer in een dondergod en leven, zoals dat heet, in een animistische wereld (anima is het Latijnse woord voor ziel). Alles, van eikenboom tot zuidwester, is in hun ogen doordrenkt van een levenskracht die wij ook in onszelf ervaren. De ziel, waar de poëzie het nog altijd over heeft.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten