dinsdag 15 mei 2007

Spelen
Kinderen spelen altijd en overal. Volwassenen denken bij spelen aan vrije tijd en ontspanning. Voor
kinderen is spelen pure noodzaak en hard werken. Zij hebben 18 jaar de tijd om hun omgeving en zichzelf
te ontdekken: welke soorten steen zijn er en wat gebeurt er als je steen nat maakt; hoe hoog is hoog; hoe
blubberig is modder; wat kan je met leeftijdsgenoten wel en met volwassenen niet; wat is het verschil met
vorig jaar en is dat ‘s winters anders dan ‘s zomers. Kinderen hebben een uitgebreid werkplan dat ze
zonder nadenken en spelenderwijs afwerken, thuis, in de klas en buiten. Misschien is buiten wel het meest
leerzaam, omdat ze daar hun eigen gang kunnen gaan.
Als kinderen zoveel moeten doen en leren, hebben ze een omgeving nodig waarin dat ook kan. Kinderen
stellen hoge eisen aan die omgeving. Ze willen alles aanraken en gebruiken naar eigen behoefte. Kleuters
vinden een verhoging prachtig om op te klimmen en af te springen. Een spannende sloot nodigt uit. Al
spelend oefenen kinderen hun grove motoriek; als ze klimmen doen ze aan rekenen, ruimtelijke verkenning
legt daarvoor de basis. Ze komen in contact met flora, fauna, natuurkunde en watermanagement. Het is
dus niet vreemd dat kinderen veel spelen. Verstandige volwassenen, buurtcomités en overheden begrijpen
dat en zien toe op een rijke omgeving waarin kinderen hun gang kunnen gaan.

Geen opmerkingen: